Casus: Grassa
Agenda

Casus: Grassa

Praktijkvoorbeeld voor projectonderwijs in het hbo. Hoe kun je gras op een andere manier tot waarde te brengen dan het aan koeien te voeren; een praktijkverkenning.

Inleiding

Nederland heeft circa 1 miljoen hectare grasland. Er is dus een enorme hoeveelheid gras. Dit bestaat voor het grootste deel (80 tot 90%) uit water. De vaste stof bestaat uit vele componenten. Sommige hiervan kunnen gemakkelijk kunnen worden gewonnen, andere alleen via een ingewikkeld en duur proces. De belangrijkste producten zijn vezels en eiwit.

Gras wordt vaak niet volledig benut; een deel blijft na de oogst achter op het land. Aan de andere kant neemt de vraag naar plantaardig eiwit toe, evenals de vraag naar natuurlijke vezels. Doel van Grassa! is meerwaarde uit gras te realiseren door de productie van hoogwaardig eiwit en vezels in een mobiel verwerkingsproces.

Naast gras kan ook andere biomassa geraffineerd worden. Zo kan het blad van de suikerbiet verwerkt worden. Buiten het seizoen kan de installatie werken met ingekuild gras.

Aanpak

In 2006 is begonnen met het testen van een graspers; vers gemaaid gras werd verhakseld en grascellen kapot gemaakt. De gemalen en geperste vezels bleken direct toepasbaar in een papier- en kartonfabriek. Ook bleek het mogelijk eiwitten te verwerken tot hoogwaardig diervoer.

Na de vorming van een consortium ging het project in 2009 officieel van start. De eerste fase stond in het teken van het verzamelen van informatie over de techniek, kwaliteit en gebruiksmogelijkheid van eiwitten en vezels uit gras.

Het consortium onderzocht:

  • welk type gras kan worden verwerkt (bijvoorbeeld weide- of natuurgras)?
  • hoe gras moet worden verwerkt om waardevolle producten (eiwit en vezels) te krijgen?
  • of deze producten goed toegepast kunnen worden (bijvoorbeeld in diervoeder of karton)?
  • of het proces economisch rendabel is?

Mobiele grasraffinaderij

De presentatie van een kleinschalige, modulaire mobiele grasraffinaderij in 2011 was een wereldprimeur. Gras wordt gekneusd en vermalen zodat het aanwezige sap kan worden gewonnen waarna de grasvezel overblijft.

Verwarming van het sap geeft het eiwit een vaste vorm krijgt zodat het kan worden gescheiden. Het eiwit kan worden toegepast in voeding of soja vervangen in veevoer. De grasvezel kan geschikt worden gemaakt voor gebruik in de karton- en papier industrie. Door transport van verse biomassa te voorkomen wordt een enorme kostenbesparing gerealiseerd. De productie van een kilo eiwit kost nu slechts één kilowattuur. Er zijn geen afvalstoffen, want er worden geen chemicaliën gebruiken; de restwarmte wordt hergebruikt.

Vervolg

In april 2014 is Grassa een echt bedrijf geworden. De BV Grassa! is opgericht door Bram Koopmans, Johan Sanders en Gjalt de Haan. Het consortium achter Grassa! wil zich, naast de doorontwikkeling van bepaalde processtappen, gaan richten op de bouw en exploitatie van een grotere (mobiele) grasraffinage-installatie.

Naast de raffinage van restsap overwegen de Grassa! partners om de machine jaarrond in te zetten voor de raffinage van bijvoorbeeld suikerbietenblad of loof dat overblijft na de teelt van paprika’s en tomaten. De aanpassing van het raffinageproces aan andere grondstoffen vormt een nieuwe uitdaging.

Gras en het voedselprobleem

Kan gras op den duur voedsel voor de mens worden? Twee middelbare VWO-scholieren uit Amersfoort lazen het onderzoek van Grassa en de Wageningen Universiteit en vroegen zich naar aanleiding daarvan af of gras een oplossing kan zijn voor het voedselprobleem. Dat werd het onderwerp voor hun profielwerkstuk met als titel ‘Broodje gras ≠ broodje aap’.

Renske van Hofslot en Anne Kremer legden op een indrukwekkende manier uit wat het voedselprobleem is, hoe eiwit uit gras gewonnen kan worden en wat de mogelijkheden voor de mens hiervan zijn.

Publicaties

Links

Meer info