Biodiesel voor scheepvaart
Agenda

Biodiesel voor scheepvaart

In de zee- en binnenvaart is veel milieuwinst te behalen. De sector moet dan ook aan de bak om de CO2-uitstoot in 2030 te verminderen. Maar hoe laat je schepen op een schone manier varen? De Twentse start-up BTG-NeXt zet volop in op raffinage van duurzame pyrolyse-olie tot een geavanceerde biobrandstof.

BTG-NeXt is een nieuwe stap in een lange geschiedenis vol innovaties van moederbedrijf BTG, de Biomass Technology Group. De onderneming uit Enschede heeft haar wortels in gepatenteerde technologie die sinds begin jaren ’90 is ontwikkeld aan de TU Twente om op duurzame wijze olie uit hout te winnen. De productie van deze pyrolyse-olie wist BTG verder te verfijnen wat in 2015 leidde tot Empyro, een pyrolysefabriek in Hengelo, die er mede met steun van TKI-BBE is gekomen. In een razendsnel proces zet deze fabriek duurzame biomassa door verhitting zonder zuurstof om in ruwe bio-olie. “Binnenkort levert ons zusterbedrijf BTG BioLiquids twee fabrieken op in Finland en Zweden waarvoor het technologisch hart hier in Nederland wordt gebouwd”, zegt algemeen directeur van BTG René Venendaal.

Demonstratieraffinaderij
Met grote belangstelling volgt de olie-industrie de duurzame ontwikkelingen bij BTG. En met de oprichting van BTG-NeXt schaart ook de scheepvaart zich in dat rijtje. Venendaal: “We bouwen voort op onze technologie door van ruwe pyrolyse-olie geavanceerde biobrandstoffen te maken met groene waterstof.” BTG-NeXt gaat een demonstratieraffinaderij bouwen om met de nieuwe technologie geavanceerde scheepvaartdiesel te produceren. “We willen dit opzetten met een consortium van partijen waarin ook potentiële afnemers zitten, zoals het Nederlandse GoodFuels, een pionier in biobrandstoffen voor de scheepvaart.”

Volop produceren in 2030
Noodzaak voor verduurzamen is er. De scheepvaart heeft met de overheid een Green Deal gesloten om de CO2-uitstoot sterk te verminderen. Europa stelt bovendien de eis om in 2030 ten minste voor 3,5% geavanceerde biobrandstoffen te produceren. “Misschien klinkt 2030 ver weg, maar als je beseft dat hiervoor miljoenen tonnen olie-equivalenten geproduceerd moeten worden, is er echt werk aan de winkel”, zegt Venendaal. “Als alles goed loopt, staat over 2 tot 3 jaar onze demofabriek, kunnen we over 5 jaar opschalen naar commerciële productie die tegen 2030 voor minimaal 500.000 ton per jaar bijdraagt aan de Europese doelstelling.”

Injectie van overheid
De noodzaak is er, de industrie toont interesse en de technologie van BTG-NeXt belooft betaalbaar en milieuvriendelijk te zijn. “Er is voldoende duurzame biomassa uit reststromen waarmee we per 100.000 ton geavanceerde biobrandstoffen 150.000 tot 200.000 ton CO2-uitstoot besparen.” Desondanks moet BTG-NeXt nog een zetje krijgen voor de stap naar marktintroductie. “Overheidssubsidie voor deze doorbraaktechnologie is onontbeerlijk, omdat private investeerders en banken huiverig zijn voor de valley of death. Bij het opzetten van een demofabriek praat je al snel over tientallen miljoenen euro’s. Maar als die goed draait zal de industrie naar verwachting tot 2050 miljarden gaan investeren. Wil je deze miljardenindustrie significant verduurzamen, is zo’n injectie voor de demo echt nodig.”