Nederland heeft de kans om koploper te worden in de groene industrie

Deze ambitie spreekt uit de door de Federatie Bio-Economie uitgebrachte micro-economische verkenning Biogrondstoffen. Doel van de verkenning was om de succes- en faalfactoren van ondernemers die werken met biogrondstoffen in kaart te brengen. Voor deze verkenning is input opgehaald bij 66 ondernemers en 14 organisaties. De Federatie Bio-economie Nederland heeft (FBN) deze verkenning uitgevoerd in samenwerking met Ton Voncken van Bio Transitie Consultants.

Fossiel dominant

Uit de verkenning blijkt dat fossiel nog steeds dominant is. Ondernemers die werken met biogrondstoffen hebben, net als andere innovatieve ondernemers, vaak moeite hun businessmodel rond te krijgen. Maar
voor ondernemers die werken met biogrondstoffen is het extra lastig, omdat fossiel nog steeds dominant is. Daar is moeilijk tegenop te boksen. Dat uit zich op verschillende manieren:
• De subsidieregelingen zijn gebaseerd op een (voorzichtige) afbouw van fossiel energie, niet op de opbouw van nieuwe ketens op basis van biomaterialen (op basis van biogrondstoffen. Er zijn royale subsidies voor bio-energie die kolen of gas vervangen, niet voor de opbouw van ketens die gebaseerd zijn op het produceren van biomaterialen. Dat plaatst de producenten die op basis van biogrondstoffen
werken in een nadelige positie: de subsidies sturen biogrondstoffen richting energietoepassingen in plaats van benutting hoger in de cascade die CO2 vastlegt.
• De uitstoot van CO2 uit de schoorstenen wordt gereguleerd via het Emissiehandelssysteem (ETS). Bij de productie van biomaterialen zit de CO2-winst elders in de keten en/of wordt CO2 opgeslagen in materialen. Dat resulteert in een reductie van de uitstoot van CO2 in de atmosfeer, maar deze wordt niet of onvoldoende gewaardeerd. Het ontbreekt aan een algemeen geaccepteerd systeem waarin deze CO2-reductie wordt meegerekend en ook waarde krijgt.
• Verwerkers en producenten van biogrondstoffen moeten (terecht!) voldoen aan allerlei duurzaamheidseisen. Maar ondernemers in deze branche werken op een ongelijk speelveld omdat de bekende gigantische milieurisico’s van olie- en gas- of steenkoolwinning tot nu toe weinig aanleiding hebben geven tot beheersmaatregelen voor de verwerkende industrie binnen de EU.

EZK en I&L aan de lat voor het creëren van een gunstig klimaat

De FBN signaleert ten tweede dat het noodzakelijk is drempels voor de biobased markt weg te nemen. De overheid zal hier een actievere rol moeten pakken om het publieke belang te borgen en de transitie te versnellen. Een gunstig klimaat is nodig. Meerdere ministeries hebben hier een rol:
• Draag bij aan de ontwikkeling van een markt voor biobased producten door een verplichting in te voeren voor een toenemende aandeel ‘bio’ in grote productstromen (een soort bijmengverplichting) met name voor de bouw en voor verpakkingsmaterialen.
• Ontzorg biobased ondernemers en organiseer een “autoriteit” die de certificering en duurzaamheidswaardering regelt, en die ook met autoriteit kan spreken over de duurzaamheid van biobased materialen.
• Herzie de afvalregelgeving omdat deze nu remmend werkt, zoals ook al in veel eerdere adviezen opgemerkt.
• Kijk naar de toelatingsregels voor nieuwe stoffen: duurzame varianten van fossiele grondstoffen hebben grote moeite de procedures te doorlopen.


LNV heeft belangrijke rol in grondstoffentransitie

Ten derde wil de FBN onderstrepen dat het ministerie van LNV een belangrijke rol heeft in de transitie. Zoals uit de routekaart Biogrondstoffen blijkt is er in Nederland ruimte om circa 10Mton biogrondstoffen extra beschikbaar te maken, zonder afbreuk te doen aan de productie van voedsel. Uit onze micro-economische verkenning blijkt dat er onder voorwaarde van kwaliteit en prijs ook een stabiele vraag naar deze extra biogrondstoffen kan ontstaan. De agro- en bosbouwsector is in staat om naast voldoende en goed voedsel ook biogrondstoffen voor non-food toepassingen te produceren. Er ligt daarom een belangrijke rol voor het ministerie van LNV bij de invulling van grondstoffentransitie.
• Maak werk van een grondstoffen transitie beleid vanuit LNV. Klimaatbeleid is tot op heden vooral ontwikkeld vanuit de energietransitie. De landbouw was tot nu toe slechts beperkt betrokken, terwijl teelt van gewassen een belangrijke bijdrage kan leveren aan de opslag van CO2 in materialen (en dus reductie van broeikasgassen in de atmosfeer. Stimuleer daarom aanvullende en nieuwe teelt om de beschikbaarheid van biogrondstoffen te vergroten.
o Zet in op aanvullende teelt in combinatie met voedselteelt. Wintergewassen of strokenteelt dragen bij aan duurzame landbouw, verhogen de bodemkwaliteit en genereren een non-food opbrengt. Stimuleer effectiever gebruik van reststromen (o.a. loof, stronken).
o Stimuleer teelt van biogrondstoffen die zowel toepasbaar zijn in food als nonfood, ook omdat dit bijdraagt aan stabiele en goede prijsvorming voor de primaire producenten.
o Stimuleer nieuwe teelt voor non-food toepassingen, bijvoorbeeld op gronden die vrijkomen als gevolg van interventies om de stikstofproblematiek aan te pakken.
• Maak snel werk van het in kaart brengen van de CO2-prestaties van verschillende gewassen en van verschillende productiemethoden. Dat gebeurt ook in het kader van EU-beleid. Versnelling is nodig om perspectief te creeren. Ontwerp bijbehorende stimuleringsregelingen, bijvoorbeeld garantieprijzen of andere interventies.
• Initieer het gesprek met de primaire productiesectoren, de verwerkende industrie en de afnemers van biogrondstoffen om tot een duurzamere ketenontwikkeling te komen. Combineer dit met de ambities rondom kringlooplandbouw, stikstof en klimaat. Benut de synergie die er op veel punten is of kan ontstaan.

Minder fossiel, meer bio

In het regeerakkoord is zeer terecht aandacht voor de versnelde afbouw van houtige biomassa, en wordt een bijmengverplichting voor groen gas en bio-kerosine aangekondigd. Minstens even belangrijk is de erkenning dat de industrie van toekomst moet draaien op biogrondstoffen en dat er een systeem van CO2-credits ontwikkeld moet worden. Dat komt ook prominent uit de verkenning naar voren. Met de productie van biogrondstoffen staat de landbouw aan de basis van de transitie van de industrie: minder fossiel en meer bio.

Landbouw is zo een belangrijk deel van de oplossing

De FBN is blij dat de nieuwe regering de handschoen voortvarend oppakt. Nederland heeft – zoals vaak opgemerkt – de kans om koploper te worden in de groene industrie. We hebben een innovatieve landbouw- en tuinbouwsector, een sterke chemiesector, een goede logistieke infrastructuur en uitstekende kennisinstellingen. Als onze micro-economische verkenning iets duidelijk maakt, dan is het dat innovatiebeleid alleen maar tot resultaat komt als er passende markten voor biomaterialen ontstaan, én als er voldoende aanbod is van hoogwaardige biogrondstoffen.