1710 - Biocoal in decentrale toepassingen
Agenda

1710 – Biocoal in decentrale toepassingen

Projecttitel: Biocoal in decentrale toepassingen
Projectnummer: BBE-1710
Looptijd: 2017 – 2019
Budget publiek: € 150.000
Budget privaat: € 150.000
Projectleider: M.C. Carbo
Betrokken partijen: DPS Techniek, ECN, Futerra Fuels International, Green Fiber, Meerlanden, Sortiva, Yilkins Drying Solutions


Biomassa vormt een belangrijke duurzame bron voor de productie van warmte. In de afgelopen 10 jaar is de toename van het aantal kleinschalige warmteprojecten duidelijk zichtbaar. Dit is een belangrijk gevolg van het overheidsbeleid dat de productie van warmte op kleinschalig niveau stimuleert, ter vervanging van aardgas. De hiervoor benodigde energieketen van biomassa-aanwas tot het daadwerkelijk stoken is zeer goed op lokaal, regionaal niveau inpasbaar en te organiseren. Er zijn echter een aantal belangrijke factoren die goed georganiseerd moeten zijn bij de toenemende omvang: er moet vooral gebruik gemaakt worden van lokale biomassa – ook laagwaardige soorten – die hiervoor ontsloten moet worden, de biomassabeschikbaarheid is limiterend waardoor de energetische benuttingsgraad zo hoog mogelijk moet zijn, en het stoken van biomassa mag niet leiden tot emissieproblemen en moet dus zo schoon en volledig mogelijk plaatsvinden. Voor vele lokale stromen geldt echter dat deze niet inzetbaar zijn zonder opwaardering middels droging, pelleteren of thermische behandeling zoals torrefactie.

Pellets en getorreficeerde pellets (BIOCOAL Pellets) geproduceerd uit laagwaardige stromen vertonen sterk verbeterde eigenschappen als het gaat om de logistiek en eindgebruik. Het gebruik van deze pellets heeft een aantal belangrijke potentiele voordelen die met name voor kleinschalige toepassingen nader in kaart moeten worden gebracht:

  1. Schonere verbranding met emissiekarakteristieken die ongeëvenaard zijn voor laagwaardige biomassa.
  2. De schone vérbranding leidt tot een hoog verbrandingsrendement en sterk verminderde vervuiling van de stookinstallatie.
  3. Lange houdbaarheid door sterk verminderde invloed van vochtige condities waardoor o.a. verkruimeling en rotting, zoals bij hout pellets, niet optreedt.
  4. Hoge energiedichtheid waardoor transportkosten en —opslagkosten laag zijn.
  5. Hogere stookwaarde waardoor de capaciteit van een ketel verhoogd wordt – of de investeringen lager kunnen zijn met dezelfde capaciteit – en meer energie kan worden opgeslagen in de bijbehorende opslagruimte.

Dit project voorziet in het succesvol testen van ‘gewone’ pellets en BIOCOAL pellets in labschaal verbrandingsinstallaties met uitgebreide analyse van verbranding en emissies. Hierbij zal nadrukkelijk worden gekeken naar de inzet van verschillende laagwaardige houtachtige biomassasoorten. Er zullen stookproeven van laagwaardige biomassa pellets en laagwaardige getorreficeerde biomassa pellets in verschillende kleinschalige ketels worden uitgevoerd, ten behoeve van het vaststellen van het mogelijke bereik voor deze toepassing. De mogelijke impact voor de sector behelst het toepassen van goedkopere en lokaal beschikbare houtachtige biomassa t.b.v. de productie van warmte, wetenschappelijk gezien zal duidelijk worden hoe de verbrandingskamer van de ketel moet worden ontworpen en wat de impact is op emissies. Maatschappelijk gezien kunnen emissies worden teruggebracht, de mineralen kringloop kan lokaal worden gesloten en de inzet van laagwaardige biomassa voor warmteopwekking zal sterk verduurzamen.

Rapportages